NieuwsNieuws Wie of watWie of wat RepertoireRepertoire UitvoerendenUitvoerenden CD'sCD's LiveLive MediaMedia ContactContact  
 
  Punt Media
 

Artikel uit Brabants Dagblad
Zaterdag, juli 2009

Auteur: Henri van der Steen

"Het heeft wel iets, blind zijn"

Hoe is het om door de stad te lopen zonder iets te zien? De Bossche Marie Kessels beschrijft het in haar nieuwe roman "RUW" waarin de plotseling blind geworden hoofdpersoon tijdens nachtelijke wandelingen aan haar handicap probeert te wennen.
Kessels plaatsgenoot, jurist Sjef van Rooij, weet het uit eigen ervaring.
Tot zijn 15de zag hij bitter weinig, toen doofde het licht.

Hij reikt een grote enveloppe aan waarin plattegrondkaarten van Den Bosch zitten. Die bestelt hij, voor een eurootje per stuk, bij het loket "Aangepast lezen". Daar kunnen blinden boeken in braille bestellen, een hoorspel, plattegronden, andere literaire spullen.
Van Rooij heeft de kaarten net die ochtend binnen gekregen, tast met zijn vingers over de platen. Hij heeft razendsnel in de gaten wat dit allemaal voorstelt.
"Ach, ze zijn genummerd, eens zien of ik de markt kan vinden, eh.... ja hier!"
Elke blinde kijkt met zijn handen, maar de vingervlugheid van Sjef is verbijsterend.

Zijn woonkamer in een rijtjeshuis in de Aa-wijk hangt vol met schilderijen, vooral Bossche stadstafereeltjes.
Sinds de dood van zijn moeder woont de jurist - hij werkt 23 jaar in het verzekeringsrecht voor uitkeringsinstantie UWV in Heerlen - hier alleen.
"Mijn moeder is vorig jaar maart overleden, 91 jaar oud. Op het laatst was ze incontinent. Ik verschoonde haar dan, zo goed en kwaad als dat ging. Moet je nagaan dan moest ik haar als blinde een luier omdoen. Op zekere dag viel ze, toen heb ik haar opgetild en op de pot gezet. Dat is wel een heel mooie, ontroerende herinnering.
Ze staat hier in een urn in de kamer, ze is tastbaar aanwezig . Ik kan die urn aanraken op momenten dat ik het moeilijk heb. Mam, help ‘ns efkes, denk ik dan".

Hij woont hier al 40 jaar.”Voor mij is het voorzieningsniveau van belang. Ik heb natuurlijk niets aan een idyllisch boerderijtje in het buitengebied, dan moet ik een taxi nemen als ik een brood nodig heb. Daarom woon ik hier prima, vlak bij een supermarkt, een kerk en een bejaardenhuis waar ik sociale contacten heb en muziek maak en af en toe eet.
Niet zo veel blinden wonen zelfstandig. Ik heb vier uur per week hulp, zij doet de dingen die ik zelf niet kan. Ze legt bijvoorbeeld voor een hele week kleren voor me klaar, allemaal setjes.

Tot zijn 15de zag Sjef van Rooij een beetje, tien procent. Nu niks meer.
"Ik had het Bof-syndroom, dan gaat er in de embryonale fase van alles mis. Daarom had ik een scheve neus, een half oor, een gespleten gehemelte". Hij werd 25 keer geopereerd. Zijn ogen zien er een tikje eng uit, reden waarom Sjef van Rooij een bril draagt. "Dat is een kledingstuk voor mij".

Over de eeuwige vraag of je beter blind of doof kunt zijn, heeft Sjef van Rooij natuurlijk nagedacht. "Een blinde wil niet ruilen met een dove, maar een dove wil ook niet ruilen.
Het gaat om één grote beperking. Een dove heeft moeite met communiceren, een blinde met mobiliteit".

Van Rooij maakt gebruik van de taxi en de trein, maar hij loopt ook, met Pleun, sinds 5 jaar zijn geleidehond.
Hij doceert: "Je kunt op drie manieren lopen: met de hand op de schouder bijvoorbeeld. Dat doe ik liever dan hand in hand lopen, dan bevorder je andere gedachten bij de mensen. Het is de vrijste manier van lopen als je tenminste vertrouwen hebt in diegene die je leidt. Maar dat heb je binnen 2 meter in de gaten.
Je kunt ook met de stok lopen. Dan moet je op elk detail letten, elke meter onderzoeken. Ik ben een slechte stokloper, vooral omdat ik een relatief slecht gehoor heb. Ik heb wel examen stoklopen gedaan, maar ik slaagde terwijl ik op een zebrapad werd aangereden door een auto die ik niet had horen aankomen. Toen wist ik meteen dat dat examen niks voorstelde.
De derde manier is lopen met de hond. Dan loop je meer op macroniveau. Je loopt zonder te weten welke obstakels er allemaal op je weg komen, want daar loopt de hond omheen”.
 Ik loop het liefste met Pleun. Die vangt een deel op wat ik mis aan gehoor. Op het station moet ik bijvoorbeeld naar de uitgang zoeken, als ik uit de trein stap. Nou op een zeker moment zou je je kunnen oriënteren op het gezoem van de roltrap. Maar dat hoor ik niet. Dus neem ik de gewone trap. Pleun heeft natuurlijk geen boodschap aan de streep met ribbels, bovendien loopt hij een halve meter boven de grond en ziet de trap dus niet uit de verte zoals een mens dat kan. De lift omhoog of de trap omhoog wel, de trap omlaag niet. Ik moet dus de lay-out van het station van buiten leren, schatten wanneer ik ongeveer naar links of naar rechts naar benden moet. Je moet een hele goede oriëntatie hebben en een goede concentratie.

We gaan lopen. Ik fiets naar het station, Sjef gaat met de taxi. Op het station geeft hij eerst een demonstratie perronnetje zoeken. "Vooraan!" zegt Sjef tegen Pleun. Dat betekent rechtdoor.
"Ik heb gekozen voor eigen woorden, om te voorkomen dat Pleun in de war raakt als hij eens van iemand anders ‘rechtdoor’ zou horen". En weer tegen Pleun: "zoek trap"! Hij is sneller dan de verslaggever en de fotograaf samen. Soms vraag je je af of de hond hem leidt of vooral dient als afleidingsmanoeuvre. Of schaamlap. Pleun zit aan het tuig en een riem, om hem goed te kunnen sturen. Het is verbazingwekkend hoe soepel van Rooij de weg weet op het station: hij roetsjt gewoon rechtdoor, soms vriendelijk lachend en ‘sorry’ roepend als hij iemand met zijn stok tegen de benen kletst of bijna omver loopt. Maar doorgaans zien mensen hem op tijd aan komen stiefelen, zodat er ruimte gemaakt kan worden.
Op het stationsplein heeft van Rooij een vast punt van vertrek: waar de treintaxi staat. Daar kun je zitten en eventueel schuilen als het regent. Dan gaan we de stad in, met Sjef als gids.
“We steken eerst de Koniginneweg over, rechts krijgen we dan bakkerij de Groot, verderop de brug, aan het eind van de Visstraat ga ik dan naar rechts, als ik naar de markt wil. Onderweg tik ik met mijn stok op de grond, dan hoor ik aan de echo of ik langs huizen loop of niet.
Aan het rumoer van de mensen hoor ik wanneer ik in de Visstraat rechtsaf moet. Ik denk in patronen. De beelden van huizen in de stad ben ik kwijtgeraakt, ik heb nog wel een beeld van mijn ouderlijke huis in de Karrestraat. Maar de straten lopen nog zoals 50 jaar geleden".
Hij loopt werkelijk als een razende. "Pleun moet voelen dat ik weet wat ik wil: doorlopen. Je moet duidelijk zijn tegen een hond". De meeste mensen die hem zien tonen empathie. “De hond maakt het extra romantisch. Blinden met een stok worden sneller zielig gevonden. Ik loop ook niet als een stumpert naar de weg te zoeken. Soms ga ik rond staan kijken, als het ware. Dan is er altijd wel iemand die helpt. Misschien komen er eerst 50 man voorbij en is het de 51ste pas die helpt. Maar dat weet ik niet, ik zie die 50 man niet voorbij lopen. Voor mij telt dat er uiteindelijk iemand is die me helpt”.

We zijn nu in het Eerste Korenstraatje. "Dan is daar de Kruisstraat." op het terras van café Reinders bestelt van Rooij een glaasje fris. De ober presenteert vriendelijk "Kijk eens, een bitter lemon”. Sjef hoort waar glas en flesje worden neergezet en voelt meteen of zijn gehoor hem niet bedriegt. Nee. Hij vertelt onbekommerd over het leven met zijn handicap. "Ruw", het nieuwste boek van Marie Kessels, kent hij nog niet. Maar dat hoeft geen dag te duren. "Ik kan me het boek laten voorlezen, ik kan ook vragen of iemand het voorleest op een recorder zodat ik het op mijn eigen momenten kan beluisteren. Ik kan het boek ook laten inscannen zodat het een word bestand wordt; dan print ik het zelf uit op mijn braille printer. Die kostte 12.000 euro, maar als jurist kan ik niet zonder”.

Hij is assertief, maar ook razend slim op het sluwe af. Zoals meer gehandicapten weet hij van zijn beperking soms een voordeel te maken, desnoods met een potje lompigheid of huichelarij. Op school was hij al haantje de voorste. "Ik kon goed leren. Op school werd ik apart gezet bij de examens zodat anderen niet bij mij konden spieken. Dat is toch wel gelukt, toen ze ontdekten dan ik met hoofdletters moest tikken op de typmachine. Dan ging de wagen van de typmachine omhoog en konden ze lezen wat ik typte... Die leraar was pas echt blind, die had niks in de gaten, ha ha”.

Dat hij jurist werd, was ook uit slimmigheid. "Ik koos dat vak om een goede kans te maken op werk. Ik heb Nederlands algemeen recht gedaan met als aandachtsgebied bestuursrecht, wetende dat de overheid het voorbeeld moet geven gehandicapten in dienst te nemen - en bestuursrecht is typisch iets van de overheid.
Ik ben uiteindelijk terecht gekomen in het verzekeringsrecht. Ik werk al 23 jaar voor de uitkeringsinstantie UWV in Heerlen, ik reis het hele land door voor hoorzittingen. Als ik dan tegenover vijf man zit, vraag ik hen een voor een zich voor te stellen, dan herken ik de rest van de dag wie wat zegt. Ja, ik onthoud hun stemmen en namen, ik kan heel goed dingen onthouden".

Ineens is er dan een ontroerende ontboezeming. “Mijn ouders hebben lang gehoopt dat ik genezen kon worden, ik zelf vond het wel leuk, blind zijn, het heeft wel iets. Als iedereen even mooi zou zijn .... En het is niet afgelopen als je blind bent. Mijn leven is ook een uitdaging. En bovendien, als ik nu ineens zou zien... ik weet niet of ik dat zou verstouwen. Blind zijn is een probleem als je ongelukkig bent, maar ik ben niet ongelukkig".

Er verschijnen twee dames aan ons tafeltje. Of we weten waar de afvaarten zijn voor de Diezetocht. Sjef verstrekt meteen zijn advies: rechtdoor, om de hoek, dan ben je er". Hij zegt: ik ben niet maatgevend, veel blinden hebben het echt moeilijk. Maar er zijn erger dingen dan blind zijn. Blind zijn en nooit iets van de liefde weten bijvoorbeeld. Nee, ik heb nooit een vaste partner gehad. Maar als ik bijvoorbeeld naar Groningen moet ga ik altijd even naar een vriendin in Haaren, voor een blind date. Ik heb liever ook geen blinde vrouw, hoe kun je elkaar dan helpen? Ik wil sowieso niet in een blinde wereld terecht komen. Ik was ooit in Lourdes toen een meisje in een rolstoel met me naar de film wilde. Dat was mooi, ze vertelde wat ze zag, ik duwde haar rolstoel op haar aanwijzingen. Kijk, dan heb je iets aan elkaar".

We lopen terug. Op het station staat één taxi. Maar de chauffeur weigert Sjef. Geen honden in de taxi, zegt de jonge Turk bot. Sjef reageert nuchter: "Ik hoor het al, een buitenlander, die weigeren me wel vaker. Maar je zou ze eens moeten zien als je naar Schiphol wilt.... Het is onzin, ze willen geen hond op de achterbank maar die hond ligt helemaal niet op de achterbank, die ligt aan mijn voeten op de grond voorin. Ach...

Sjef besluit zijn vaste taxibedrijf te bellen. “We komen eraan, meneer van Rooij”, klinkt het. Sjef gaat zitten, Pleun gaat liggen. Rustig afwachtend. Het leven van een blinde is zeker rustiger dan gemiddeld. “Ik mis veel indrukken en impulsen want ik zie niet of daar een lelijke vrouw loopt met een grote neus of een mooie vrouw met een kort rokje. Dat geeft ruimte voor andere zintuigen en gedachten.

 
 
Webdesign © 2004 by Doe-Sign